BRANDVEILIGHEID OP MAAT
Saint-Gobain Gyproc Nederland |
Postbus 73 | 4130 EB Vianen |
Tel. +31 347 325 100 | Fax. +31 347 325 125 info@brandmerkvoordebouw.nl | www.gyproc.nl
-
Bouwbesluit & regelgeving
Het Bouwbesluit is een verzameling bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken in Nederland, zoals woningen, kantoren, winkels en ziekenhuizen minimaal moeten voldoen. Verbouwingen vallen ook onder het Bouwbesluit. De eisen hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Het eerste Bouwbesluit is in 1992 in werking getreden en daarmee werden de technische bouwvoorschriften voor het hele land gelijk. Op 1 januari 2003 is een nieuw Bouwbesluit in werking getreden (Bouwbesluit 2003). De laatste wijzigingen van het Bouwbesluit 2003 zijn van 1 september 2005 en van 1 januari 2006.
In het Bouwbesluit staan de bouwtechnische voorschriften beschreven waaraan alle bouwwerken die in Nederland gebouwd worden minimaal moeten voldoen. Het is opgedeeld in de volgende 5 hoofdstukken:
Veiligheid;
Gezondheid;
Bruikbaarheid;
Energiezuinigheid;
Milieu.
Naast deze door de overheid vastgestelde eisen kunnen er ook privaatrechtelijke voorschriften voor een bouwplan gemaakt worden. Denk hierbij aan extra eisen gesteld door de opdrachtgever zelf, een verzekeringsmaatschappij of een Vereniging van Eigenaren. De bestaande gebouwvoorraad hoeft niet aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit te voldoen. Wel kan de overheid de gebouwgebruiker aanschrijven om een verbetering uit te laten voeren. Indien er een verbouwing plaats gaat vinden gelden de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit. Hierbij heeft de gemeente de mogelijkheid om ontheffingen te verlenen. Deze worden echter meestal niet verleend voor de brandveiligheid, wel voor geluid- en thermische isolatie en de minimale vrije hoogte. De uitgangspunten in het Bouwbesluit voor brandveiligheid zijn:
Zoveel mogelijk brandgevaarlijke situaties voorkomen;
De beperking van de ontwikkeling van brand;
De uitbreiding van brand;
Het ontstaan van rook;
De verspreiding van rook;
Veilig het gebouw kunnen ontvluchten of worden gered;
Zoveel mogelijk ongelukken voorkomen tijdens de brand;
De brand moet zo goed mogelijk bestreden kunnen worden.
De in het Bouwbesluit gestelde eisen ten behoeve van brandwerende voorzieningen zijn gebaseerd op een aantal aannames en afspraken:
Binnen 15 minuten na het ontstaan van een brand wordt deze ontdekt en worden de brandweer en de personen, die in het gebouw aanwezig zijn, gewaarschuwd;
15 Minuten na alarmering moeten de personen, die door de brand bedreigd worden, zonder hulp van de brandweer kunnen vluchten en dient de brandweer aanwezig en operationeel te zijn;
Binnen 60 minuten na het ontstaan van de brand moeten alle personen, die door de brand bedreigd worden, zijn gered en heeft de brandweer de brand onder controle.
-
Normen
Voor de brandveiligheid geeft het Bouwbesluit de prestatie-eisen aan waaraan het gebouw minimaal dient te voldoen. De hiervoor benodigde bepalingsmethoden worden weergegeven in normen. Naast het aantonen van prestaties op deze manier, kent het Bouwbesluit ook de Gelijkwaardigheid. Indien u documenten kunt overleggen, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de gestelde eisen (bijvoorbeeld door het overleggen van een erkende kwaliteitsverklaring) volstaat dit ook.
Geeft het Bouwbesluit bijvoorbeeld een 60 minuten WBDBO-eis (Weerstand tegen BrandDoorslag en BrandOverslag) tussen brandcompartimenten op, dan volgt uit de NEN 6068 dat de scheidingswanden van dit brandcompartiment een brandwerendheid van minimaal 60 minuten moeten bezitten. De test die dit kan aantonen wordt beschreven in de NEN 6069. De WBDBO-eis bestaat uit 2 componenten die er samen voor moeten zorgen dat de eis die gesteld is gehaald wordt. Deze componenten zijn BrandDoorslag en BrandOverslag. Uit deze afbeelding blijkt dat de WBDBO-eis tussen 2 ruimtes niet alleen door een wand- of plafondconstructie gehaald kan worden. De combinatie van deze systemen samen zorgt ervoor dat er aan de eis voldaan wordt.
Naast de Nederlandse voorschriften beschreven in de NENnormen bestaan er ook Europese voorschriften, die zijn beschreven in de EN-normen. Beide mogen in Nederland toegepast worden. Op deze website vindt u systemen die bepaald zijn conform de NEN- of de EN-normeringen.
Uitzondering: het brandwerend bekleden van houten kolommen en liggers, kabelkanalen en het brandwerend maken van vloeren met Rigidur estrichelementen. Deze oplossingen zijn onderbouwd met behulp van de Duitse Norm DIN 4102.
-
Bepalingsmethoden
In de norm NEN 6069 wordt beschreven hoe de brandwerendheid van een bouwdeel vastgesteld kan worden met behulp van een oven. Het temperatuurverloop in de oven is vastgelegd in een curve. Voor de systemen die op deze website opgenomen zijn, geldt de curve van de standaardbrand. In Nederland worden de meeste bouwdelen getest in een oven van 4 x 3 meter. Daarom gelden de brandwerendheden formeel tot een hoogte van 3 meter.
De NEN 6069 geeft de volgende definitie voor brandwerendheid:
De brandwerendheid is de tijd in minuten gerekend vanaf het begin van de verhitting tot aan het tijdstip waarop het proefstuk blootgesteld aan de standaardbrand-conditie nog juist voldoet aan de relevante brandwerendheidscriteria.
Deze criteria zijn:
Thermische isolatie betrokken op de temperatuurstijging: De niet-verhitte zijde van het proefstuk mag niet meer dan 140˚C gemiddeld en 180˚C op enig punt stijgen;
Thermische isolatie betrokken op straling: De maximale straling, gemeten op 1 meter afstand van het proefstuk, mag niet meer bedragen dan 15 kW/m²;
Vlamdichtheid betrokken op de afdichting: Het proefstuk mag geen hete gassen en/of vlammen door laten;
Vlamdichtheid betrokken op ontvlambaarheid: Uit het proefstuk mogen geen brandbare gassen vrijkomen: deze eis geldt met name voor daken en buitenwanden;
Bezwijken: Het proefstuk mag onder invloed van de belasting niet bezwijken.
-
Draagconstructies van staal
In de inleidende tekst met de uitgangspunten voor brandveiligheid staat dat het veilig vluchten uit een gebouw één van de belangrijke punten is. Hiervoor is het noodzakelijk dat de hoofddraagconstructie gedurende de tijd, die door het Bouwbesluit is vastgesteld, niet bezwijkt. Stalen draagconstructies hebben als nadeel dat ze bij hogere temperaturen niet meer in staat zijn om de krachten op te nemen. Om staal zijn draagkracht te laten behouden kan er een brandwerende bekleding om de staalprofielen worden geplaatst.
Het criterium bij het brandwerend bekleden van staalconstructies is dan ook "bezwijken", conform de NEN 6069. De temperatuur waarbij de staalconstructie niet meer in staat is om de krachten op te nemen noemt men "de kritieke staaltemperatuur". We gaan uit van de volgende veilige kritieke staaltemperaturen:
Voor kolommen 450°C;
Voor liggers 500°C.
Indien er in een project andere kritieke staaltemperaturen voorkomen, neem dan contact op met Gyproc.
-
Draagconstructies van hout
Van houten constructies wordt vaak ten onrechte gedacht dat ze geen bijdrage leveren aan de brandwerendheid. Hout heeft namelijk wel degelijk een belangrijke bijdrage aan de brandwerendheid van bouwdelen. Deze bijdrage is wel afhankelijk van de afmetingen.
Bij brand brandt het oppervlak langzaam in, hierbij ontstaat er een laag verkoold hout om de profielen heen. Deze laag heeft een isolerende werking en zorgt ervoor dat de temperatuur in de kern van het hout laag blijft waardoor de kolom of ligger in staat blijft om de krachten op te nemen. De snelheid van het inbranden is afhankelijk van de houtsoort. Voor zachthout bedraagt de inbrandsnelheid ongeveer 40 mm per uur, voor hardhout bedraagt deze ongeveer 30 mm per uur. De exacte waardes worden gegeven in de NEN 6073. Wanneer uit berekeningen blijkt dat de kern van de houten kolom of ligger, die niet verbrand is, niet meer in staat is om de krachten op te nemen, dan moet dit profiel brandwerend bekleed worden.
Op deze website vindt u oplossingen voor 30, 60 en 90 minuten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van Gyproc RF of Glasroc F platen. Een andere reden om een houten kolom of ligger brandwerend te bekleden is het feit dat een beklede kolom geen bijdrage meer levert aan de brandvoortplanting. Terwijl een kolom of ligger, die niet bekleed is, bij de vuurbelasting meegerekend moet worden.
-
Draagconstructies van beton
Beton wordt in Nederland zeer vaak toegepast in de draagconstructie van een gebouw. Het toegepaste beton is onbrandbaar en bezit betere brandwerende eigenschappen dan staalconstructies die niet brandwerend bekleed zijn. Deze betere brandwerendheid wordt voornamelijk bepaald door de lage warmtegeleidingscoëfficiënt van beton. Het duurt lang voordat de temperatuur van de betonconstructie zo hoog is opgelopen dat de constructie zal bezwijken. Hierbij komt ook dat het beton de aanwezige stalen wapening afschermt, waardoor de constructie ook gedurende lange tijd de trekspanningen, die vaak aanwezig zijn, kan opnemen.
De Nederlandse norm is gebaseerd op een maximaal toelaatbare temperatuur van 500°C voor het beton, terwijl als kritieke staaltemperatuur voor de wapening 450°C wordt aangehouden. Wordt de temperatuur in de wapening te hoog, of is het gedeelte van het beton met een lagere temperatuur dan 500°C te gering om de belastingen te kunnen opnemen, dan dient de betonconstructie brandwerend bekleed te worden.
-
Materialen en hun brandgedrag
De toegepaste materialen in een bouwwerk moeten zo brandveilig mogelijk zijn. Hiermee wordt bedoeld dat ze niet gemakkelijk ontbranden. Op deze manier wordt voorkomen dat een brand zich gemakkelijk uitbreidt. Naast de (on)brandbaarheid van materialen worden er ook eisen gesteld aan de hoeveelheid rook die ontstaat bij een beginnende brand. Op deze website geven wij systemen weer die worden opgebouwd met Glasroc F gipsplaten en Gyproc RF gipskartonplaten.
De brand- en de rookklasse van deze producten worden bepaald conform de NEN-EN 13501-1.
Glasroc F valt in de hoogste brandklasse A1. Dit wil zeggen dat het materiaal volledig onbrandbaar is.
Gyproc RF valt in de brandklasse A2. Dit betekent dat de bijdrage aan een brand zeer gering is, alleen de kartonlaag draagt hieraan bij, de gipskern is ontbrandbaar. De Gyproc RF valt in klasse S1 op het gebied van rookontwikkeling. De typecodering voor de Gyproc RF gipskartonplaat is DF, conform de EN-520. Bij alle getoonde systemen mag de Gyproc RF gipskartonplaat vervangen worden door Gyproc gipskartonplaten van dezelfde dikte die dezelfde typecodering hebben. Dit zijn dus de Gyproc WR, DuraGyp en Gyproc dB gipskartonplaten.
-
Woningen en woongebouwen
Binnen de woning geldt de eis dat de loopafstand naar de uitgang van de woning niet meer dan 15 meter mag bedragen. Bovendien moet de hoofddraagconstructie van de woning een brandwerendheid bezitten van minimaal 60 minuten. Staat deze woning op zichzelf, dan vormt deze een brandcompartiment. Ligt de woning echter in een woongebouw, dan wordt hij gekenmerkt als subbrandcompartiment. Naast de hierboven gegeven eisen voor een woning geldt dan ook deWBDBO-eis van 60 minuten tussen twee subbrandcompartimenten
Voor hoge woongebouwen gelden zwaardere eisen. In woongebouwen komen zeer vaak schachten voor. In het Bouwbesluit staat omschreven waaraan deze schachten dienen te voldoen. In onderstaande afbeelding zijn de relevante plaatsen waar brand kan ontstaan schematisch weergegeven.
Het Bouwbesluit stelt dat de WBDBO-eis van een brandcompartiment naar een besloten ruimte van een gebouw 60 minuten bedraagt (behalve in het geval van een lage vuurbelasting of een laag gebouw). Er zijn twee situaties waarbij de BrandDoorslag tussen brandcompartimenten van een schacht gewaarborgd moet worden:
De schacht is ontoegankelijk, maakt deel uit van een scheidingsconstructie en vormt de verbinding tussen twee of meer brandcompartimenten. Bij een WBDBO-eis van 60 minuten tussen de brandcompartimenten moeten beide schachtwanden een brandwerendheid hebben van tenminste 30 minuten;
In alle andere gevallen is de schacht aan te merken als een besloten ruimte, oftewel toegankelijk, bijvoorbeeld als de schacht in open verbinding staat met een technische ruimte. In die situaties moet de branddoorslag van de schachtwand 60 minuten bedragen. Een schacht die grenst aan meer dan één brandcompartiment en met een doorsnede groter dan 0,015 m² moet aan de binnenzijde over een dikte van minimaal 10 mm onbrandbaar zijn.
-
Utiliteitsgebouwen (gebouwen die niet voor bewoning bestemd zijn)
Naast de eisen voor woongebouwen geeft het Bouwbesluit ook eisen voor niet tot bewoning bestemde gebouwen. Ook deze gebouwen worden onderverdeeld in brandcompartimenten. De maximale grootte bedraagt 1000 m². Voor sommige industriële gebouwen is deze 1000 m² te klein, hiervoor kan een uitzondering gemaakt worden. Wel moet de ruimte dan zo ingericht worden dat de veiligheid gelijk is aan die van een in brandcompartimenten ingedeeld gebouw.
Tussen de brandcompartimenten geeft het Bouwbesluit WBDBO-eisen. Voor de draagconstructie gelden brandwerendheidseisen tot 120 minuten. Naast deze eisen op het gebied van brandwerendheid geeft het Bouwbesluit ook richtlijnen voor het veilig inrichten van vluchtroutes, het beperken van het ontstaan van brandgevaarlijke situaties, het beperken van de ontwikkeling van de brand, het beperken van het ontstaan van rook en het beperken van de verspreiding van rook.